About me

On my career as a plumber / mediator

Ooit sprak ik op een feest een kinderloze 70-jarige man die probeerde te begrijpen wat mijn werk inhoudt. Na veel vragen concludeerde hij dat ik een combinatie ben van een loodgieter en een mediator:

  • Loodgieter omdat moeder en kind zo op elkaar aan moeten sluiten dat alles vrij kan stromen, er niets klemt en niets lekt.
  • Mediator omdat ik met minimaal 2 mensen werk waarvan er 1 niets zegt, en mijn taak is om ze te helpen optimaal te communiceren.

Als je me 24 jaar geleden voorspeld had dat ik jaren lang met plezier zou werken als lactatiekundige dan had ik je keihard uitgelachen. Ik had pedagogische wetenschappen gestudeerd aan de UVA.

Ik ben de borstvoedingswereld/dit vak/mijn werk als lactatiekundige ingerold vanuit persoonlijke verbazing en frustratie over de complexiteit van ‘gewoon borstvoeding geven’.

Terugkijkend zijn er meerdere kernmomenten die mij in mijn werk gevormd hebben.

Zwanger van mijn oudste dochter was er geen enkele twijfel over borst- of kunstvoeding geven. Mijn moeder heeft mij en mijn broer in de jaren ’60 geheel tegen de tijdgeest in 9 maanden gevoed. Hoewel ik dat pas bewust hoorde toen ik zelf aan het voeden was heeft het mogelijk toch meegespeeld. Ik twijfelde niet: ik ging mijn kind gewoon borstvoeding geven. Maar toen ze er was, ging dat ‘gewoon’ er snel vanaf.

De eerste nacht kreeg ze ongevraagd ‘gewoon even’ een flesje kunstvoeding omdat ik te moe was om te voeden volgens de verpleegkundige. En daarna had ik ‘gewoon’ kloven, en kreeg de tip daar citroensap op te doen zodat ze dicht zouden trekken.

Ik las dat het heel gewoon was als het de eerste minuten pijn deed, maar mijn kraamverzorgende zei dat 6 weken normaler was. Huilend belde ik toen ze weg was de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk en kreeg de tip haar buik tegen buik te leggen bij aanleggen. En mijn man ging wolvet halen en theezeefjes om in mijn bh te dragen tot de wonden (dit waren geen ‘kloofjes’) dicht waren.

Conclusie: borstvoeding geven is meer dan een trucje waarbij je 2 borsten en een baby koppelt en dan gaat het vanzelf. Voorbereiding en hulp zijn zinnig!

Ik studeerde af en begon met werken als sociaal wetenschappelijk onderzoeker in een snelgroeiend bedrijf met veel jonge ouders. Kolven op werk was volkomen normaal, maar er was oprecht geen vrije ruimte, dus mijn kolvende collega’s en ik deelden de archiefkast op afspraak.

Toen ik van dochter 2 beviel kreeg onze kat ook jongen. En van de 5 stierven er binnen 3 weken 4 aan een aangeboren hartafwijking. Mijn man had nachtdiensten dus ik had 2 kinderen onder de 2 en een nest stervende kittens om me heen. Een vriendin trof me huilend aan, hoorde mijn verhaal en zei ‘maar wordt het dan niet tijd dat je stopt met borstvoeding geven’. Ik voel nog mijn verbazing: ik had helemaal niet geklaagd over het voeden, sterker nog, dat gaf me nou net de fijne rustmomenten.

Maar het was natuurlijk wel het enige dat mijn vriendin kon bieden: ze kon de kinderen, de nachtdiensten en de katjes niet wegtoveren, maar voor die borstvoeding was wel een alternatief. Ik voelde me er raar bij, alsof ik mijn leven zelf zwaarder maakte dan nodig door borstvoeding te geven.

Conclusie: Borstvoeding geven wordt in onze maatschappij gezien als optioneel en een belasting maar hoeft dat niet te zijn.

Na 2 dochters ruim 9 maanden gevoed te hebben dacht ik nu toch wel voldoende ervaring te hebben om probleemloos te voeden bij dochter 3. Maar het deed pijn. Anders dan bij de andere twee. Ik begon me af te vragen hoe complex ‘gewoon borstvoeding geven’ eigenlijk was. Het was duidelijk meer dan 2 borsten en een baby koppelen.

Tijdens de bevalling had mijn verloskundige een flyer over een congres van de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk gelezen terwijl ik en mijn man onder de douche waren. Ik was gefascineerd door wat ik las aan onderwerpen. Ik meldde me aan als vrijwilligster en ging naar een scholingsdag.

Daar zag ik bij binnenkomst iemand in een heel rare houding voeden. En bij het voorstelrondje van de intro workshop voor nieuwe leden door Adriënne de Reede sprak ik mijn verbazing daar over uit. Er viel een beleefde stilte. De houding die ik bizar vond, bleek een nieuwe voedingshouding te zijn die veel minder pijnklachten gaf en daarmee veel meer succesvolle borstvoedingservaringen: doorgeschoven zittend met vormen van de borst.

Conclusie: veel borstvoedingsproblemen zijn op te lossen op manieren die de reguliere zorg niet kent.

Ik werd eerst vrijwilligers bij Borstvoeding Natuurlijk, en uiteindelijk besloot ik om lactatiekundige te worden. Met mijn achtergrond in Pedagogische Wetenschappen voldeed ik niet aan de ervaringsuren, maar Heleen Hilgers was bereid me als trainee te nemen. En nog voor ik wist dat ik geslaagd was, startten we samen het Borstvoedingscentrum Amsterdam.

En toen moest ik aan de slag als lactatiekundige, ik moest me gaan bewijzen dacht ik. Bij een van mijn eerste cliënten is na mijn bezoek de baby nooit meer aan de borst gegaan. Aanleggen lukte niet, en we hebben het ruim een uur geprobeerd met een uiteindelijk krijsende baby. Ik schaam me er achteraf nog steeds voor.

Groot was dan ook mijn verbazing toen ik haar 5 jaar later met 3 kinderen op straat tegenkwam en ze mee zeer dankbaar bleek te zijn. De oudste bleek achteraf een anatomische afwijking in het nekgebied te hebben waardoor zelfstandig drinken erg complex gebleven was. En omdat het ‘zelfs’ met mij als lactatiekundige niet gelukt had ze de volgende 2 kinderen in vol vertrouwen in haar eigen kunnen gewoon gevoed, met gebruik van wat ze toen van mij geleerd had.

Conclusie: ik hoef borstvoeding niet te laten lukken om mijn werk goed te doen (hoewel ik nu nog steeds vind dat ik toen veel te lang doorgegaan ben met haar arme baby). Mijn werk is het begeleiden van ouders en baby’s zodat zij hun eigen proces kunnen doormaken en hun eigen keuzes kunnen maken.

Jarenlang heb ik gedacht dat mijn oorspronkelijke opleiding alleen relevant was, omdat ik wetenschappelijke onderzoeken kan lezen en vertalen naar de praktijk. Maar inmiddels denk ik dat het mijn werk meer beïnvloedt dan ik dacht.

In mijn opleiding en nu in mijn werk kijk ik naar wat er wél goed gaat om daar op verder te gaan.

En verder ben ik een geschiedenisnerd, word vrolijk van spelen met textiel en ben inmiddels oma van 3 kleinkinderen.